
Acceptatie lhbtiqa+ stabiel, maar verschillen blijven groot
Algemeen 84 keer gelezenZeeland – Nederlanders staan overwegend positief tegenover homoseksuele en lesbische personen, maar de acceptatie verschilt sterk tussen groepen binnen de lhbtiqa+-gemeenschap. Ook ervaren lhbtiqa+-personen vaker discriminatie en hebben zij vaker te maken met mentale gezondheidsproblemen. Dat blijkt uit de Lhbtiqa+ monitor 2026 van Movisie, Panteia en Ipsos I&O.
Tussen 2024 en 2026 veranderde de houding van Nederlanders nauwelijks. 84 procent is positief over homoseksuele en lesbische personen. Over transgender personen is 63 procent positief en over intersekse personen 66 procent. Bij non-binaire personen ligt dit aandeel op 52 procent.
Tegelijkertijd krijgen lhbtiqa+-personen vaker te maken met discriminatie. Zo voelde 57 procent van de queer personen zich het afgelopen jaar gediscrimineerd, tegenover 12 procent van de cisheteroseksuele Nederlanders. Bij transgender personen gaat het om 43 procent en bij non-binaire personen om 42 procent. Ook zijn er enkele negatieve ontwikkelingen: het aandeel Nederlanders dat het aanstootgevend vindt wanneer twee mannen elkaar in het openbaar zoenen, steeg van 21 naar 27 procent. Daarnaast beschouwt 35 procent transgender vrouwen niet als vrouw, tegenover 29 procent in 2024.
De verschillen in mentale gezondheid blijven eveneens groot. Vooral transgender, queer en non-binaire personen hebben aanzienlijk vaker ooit suïcidale gedachten gehad dan cisheteroseksuele Nederlanders.




















