
Kwetsbaar leven op de dijk: vogels in de Oosterschelde
Algemeen 138 keer gelezenWissenkerke – Langs de Zeeuwse dijken is het volop broedseizoen. Tussen stenen, schelpen en zand proberen verschillende kustvogels hun eieren uit te broeden en hun jongen groot te brengen. Bij het Dijkhuisje in Wissenkerke vertelt Wilco Jacobusse van IVN waarom juist deze periode zo belangrijk is voor vogels én waarom bezoekers gevraagd worden extra rekening te houden met de natuur.
Door Doortje Klinkenbergh
Het broedseizoen loopt van 15 maart tot en met 15 augustus, met een piek in mei, juni en juli. Volgens Jacobusse is rust in deze periode van levensbelang. Hij werkt al ruim vijftien jaar voor IVN en Nationaal Park Oosterschelde en neemt regelmatig bezoekers mee het gebied in om hen kennis te laten maken met de natuur langs de dijken en slikken. “Onze missie is het duurzaam beschermen van de Oosterschelde, maar juist door mensen het te laten beleven en ervaren,” vertelt hij. “Als mensen het mooi gaan vinden en ervan gaan houden, gaan ze vanzelf hun best doen om het te beschermen.”
Wereldbelang voor vogels
Dat beschermen is hard nodig. De Oosterschelde is namelijk van internationaal belang voor vogels. Volgens Jacobusse zijn er zeventien vogelsoorten waarvoor het gebied van wereldbelang is. “Dat betekent dat minstens één procent van de fly-way populatie hier een deel van het jaar verblijft. Dat is heel bijzonder.”
Voor sommige soorten is de Oosterschelde zelfs cruciaal. Zo broeden er in Nederland slechts zo’n 410 tot 490 paartjes bontbekplevieren, waarvan een aanzienlijk deel rond de Oosterschelde. Voor de strandplevier liggen de aantallen nog lager: iets meer dan 200 broedparen in heel Nederland, waarbij de Oosterschelde één van de belangrijkste broedgebieden van Nederland is.
Kraamkamer en tankstation
De Oosterschelde vervult daarbij meerdere functies tegelijk. “Het is een kraamkamer voor vogels die hier broeden, een tankstation voor trekvogels én een winterverblijf voor soorten die uit koudere gebieden komen,” legt Jacobusse uit.
Tijdens een wandeling over de dijk laat Jacobusse met een telescoop een broedende scholekster zien. Bovenop één van de houten palen langs de oever zit de zwart-witte vogel vrijwel bewegingloos op haar nest. Even verderop ligt een klein afgezet stukje grond tussen de schelpen. Daar broedt een bontbekplevier, een kleine kustvogel die haar eieren direct op het kale strand of tussen de stenen van de dijk legt. Zonder afzetting zouden wandelaars of honden het nest gemakkelijk kunnen verstoren zonder het zelf door te hebben.
Bijna onzichtbare nesten
“Veel vogels vertrouwen op camouflage,” vertelt Jacobusse. “Hun eieren vallen bijna weg tegen de stenen en schelpen. Maar dat betekent ook dat mensen er snel per ongeluk te dichtbij komen.” Volgens hem beseffen bezoekers niet altijd hoe kwetsbaar de nesten zijn. “Veel mensen zien niet dat er een nest ligt. Een nest van een bontbekplevier is vaak niet meer dan een klein kuiltje in het zand. Eén onoplettende stap kan al funest zijn.”
Vooral tijdens warme dagen wordt het drukker langs de Zeeuwse kust en op de dijken van Noord-Beveland. Wandelaars, fietsers en recreanten zoeken de natuur op, maar juist dan is voorzichtigheid extra belangrijk. Vogels die schrikken en van hun nest opvliegen, laten eieren of jongen tijdelijk onbeschermd achter. Zeker bij warm weer of in aanwezigheid van roofdieren kan dat grote gevolgen hebben.
Het ritme van het getij
Daarnaast leven vogels volgens Jacobusse niet volgens een dag- en nachtritme, maar op het ritme van het getij. “Bij hoogwater rusten ze, bij laagwater zoeken ze voedsel op het slik. Juist daarom is het belangrijk dat ze ook overdag bij hoogwater met rust gelaten worden.”
Om de vogels te beschermen worden op verschillende plekken tijdelijke rustgebieden ingericht. Vrijwilligers controleren dijken en strandjes, markeren nesten en houden in de gaten of eieren uitkomen en jongen groot worden. Op drukke locaties worden gebieden afgezet met flexrasters en informatieborden. “Het beschermen van deze vogels doen we echt samen,” zegt Jacobusse. “Vrijwilligers, ondernemers en bezoekers hebben allemaal een rol.”
Genieten met respect
Daarom roept Nationaal Park Oosterschelde bezoekers op om op de paden te blijven, honden aan te lijnen en afzettingen te respecteren. “Mensen hoeven niet weg te blijven,” benadrukt Jacobusse. “Juist niet. We willen dat mensen genieten van de natuur. Maar wel met respect voor de dieren die hier leven.”
Wie rustig over de dijk loopt, merkt volgens hem al snel hoeveel leven er te ontdekken valt. “Er zitten hier zoveel mooie verhalen in het landschap,” zegt hij. “Als je eenmaal ziet hoe bijzonder dit gebied is, kijk je er daarna toch anders naar.”
Plekken om vogels te spotten op Noord-Beveland
Wie met open ogen over de dijken van Noord-Beveland wandelt, ontdekt al snel hoeveel vogels er langs de Oosterschelde leven. Van steltlopers op de slikken tot broedende kustvogels tussen de stenen: op verschillende plekken in de gemeente is volop natuur te zien. Zo kunnen bezoekers bij de Inlaag Keihoogte bij Wissenkerke vanuit de vogelkijkhut verschillende steltlopers zien, zoals de tureluur, kluut, rosse grutto en bontbekplevier. Ook rondom de Zandkreeksluizen is veel leven te zien: het gebied tussen de Oosterschelde en het Veerse Meer trekt onder meer scholeksters en visdieven aan.
Langs de Oosterscheldedijk bij Colijnsplaat zijn regelmatig scholeksters, meeuwen en bontbekplevieren te zien en langs de rustige dijken van Nationaal Park Oosterschelde zijn vaak groepen kustvogels te ontdekken voor wie even de tijd neemt om stil te kijken. Volgens Jacobusse hoeft daarvoor niet eens uren met een verrekijker gewacht te worden. “Op veel plekken zie je al van alles zodra je even de tijd neemt.”





















