Op de foto draagt Bianca Plune een met meekrap geverfde linnen jurk en sjaal. Voor een kast vol oud linnen vertelt ze het verhaal van een eeuwenoud Zeeuws ambacht dat opnieuw tot leven komt.
Op de foto draagt Bianca Plune een met meekrap geverfde linnen jurk en sjaal. Voor een kast vol oud linnen vertelt ze het verhaal van een eeuwenoud Zeeuws ambacht dat opnieuw tot leven komt. Doortje Klinkenbergh

Bianca Plune brengt eeuwenoude meekraptraditie terug

Algemeen 238 keer gelezen

Kamperland – Eeuwenlang kleurde meekrap niet alleen textiel, maar ook de Zeeuwse economie. De plant, waarvan uit de wortels een dieprode kleurstof wordt gewonnen, stond bekend als het ‘rode goud’ en maakte Zeeland welvarend. Tegenwoordig is de teelt vrijwel verdwenen, maar textielkunstenares Bianca Plune zet zich in om het eeuwenoude ambacht nieuw leven in te blazen. Niet uit nostalgie, maar vanuit de overtuiging dat natuurlijke kleurstoffen ook een duurzame toekomst kunnen hebben.

Door Doortje Klinkenbergh

Voor Bianca draait meekrap om veel meer dan alleen een mooie rode kleur. “Het is een ontzettend mooi product. Zeeland is er rijk mee geworden en ik vind het belangrijk om dat weer in de schijnwerpers te zetten.”

Volgens haar zijn natuurlijke kleurstoffen bovendien actueler dan ooit. Sinds de opkomst van synthetische verfstoffen rond 1860 is de textielindustrie in hoog tempo veranderd. “In nog geen 165 jaar hebben we er zo’n puinhoop van gemaakt,” zegt ze. “Ik wil mensen bewust maken dat het ook anders kan. Het kost tijd, maar juist daardoor krijgt iets weer waarde.”

Die gedachte probeert ze ook over te brengen tijdens workshops, onder meer op de Catharina Maria Hof. Daar liet ze tijdens de Kinderkunstweek kinderen zelf textiel verven met meekrap. Niet met een belerend verhaal, maar door ze het proces te laten ervaren. “Je kunt kinderen van alles vertellen, maar ze moeten het voelen en meemaken. Daarom noem ik het toveren met kleuren. Meekrap is pH-gevoelig, dus uit één kleur kun je tientallen tinten halen. Dat vinden ze geweldig.”

Het verven met meekrap is allesbehalve eenvoudig. De plant groeit drie tot vier jaar voordat de wortels geoogst kunnen worden en vooral het kleuren van linnen en katoen vraagt veel voorbereiding. Bianca verdiepte zich maandenlang in historische documenten om het beroemde diepe rood opnieuw te kunnen maken. “Ik heb me maanden opgesloten met oude boeken en notities. Steeds weer proberen, aanpassen en opnieuw beginnen. Uiteindelijk lukt het, maar het blijft iedere keer spannend.”

Juist die onvoorspelbaarheid ziet zij als een kwaliteit. Anders dan synthetische verf levert meekrap nooit twee keer exact dezelfde kleur op. De grond waarin de plant groeit, het materiaal en zelfs kleine verschillen in het proces bepalen het eindresultaat. “Juist omdat het niet elke keer perfect is, is het voor mij perfect.”

Naast haar kunst ziet Bianca ook een belangrijke rol voor educatie. Ze merkt dat steeds meer mensen bewuster omgaan met kleding en materialen. “Als je iets zelf maakt of met de hand verft, gooi je het niet zomaar weg. Er zit een verhaal achter, tijd en aandacht. Dan krijgt een kledingstuk betekenis.”

Hoewel grootschalige toepassing volgens haar lastig blijft, ziet ze wel kansen. Grote modebedrijven experimenteren inmiddels voorzichtig met natuurlijke kleurstoffen, terwijl ontwerpers en kunstenaars er steeds vaker mee werken.

Zelf kijkt Bianca vooral naar Zeeland. In haar tuin kweekt ze inmiddels een oude meekrapvariëteit die afkomstig is van Noord-Beveland. Ze hoopt dat de plant weer vaker in Zeeuwse tuinen zal verschijnen. “We moeten zaadjes planten, letterlijk én figuurlijk. Als meer mensen meekrap gaan kweken en ontdekken wat je ermee kunt maken, brengen we een stukje Zeeuwse geschiedenis weer tot leven.”

Meer weten? Volg dan Bianca’s Instagramaccount @viswuuf.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie