
Oppositie over coalitieakkoord: ‘Waar zit de vernieuwing?’
Algemeen 154 keer gelezenWissenkerke – Het nieuwe coalitieprogramma van VVD, CDA en SGP kan rekenen op waardering voor de aandacht voor leefbaarheid en participatie, maar roept bij de oppositie ook de nodige vragen op. Tijdens de raadsvergadering van donderdag 11 juni klinkt brede kritiek: het programma zou ambitieus ogen, maar in de uitwerking vaag blijven.
Door Doortje Klinkenbergh
Het coalitieprogramma werd een week eerder gepresenteerd als een ‘ambitieus maar realistisch’ plan voor de komende vier jaar. Vooral de thema’s woningbouw, participatie en leefbaarheid staan centraal. Toch herkennen verschillende fracties dat beeld niet in de uitwerking.
‘Waar is de vernieuwing?’
Volgens Forum voor Democratie ontbreekt het in het programma aan concrete stappen om inwoners daadwerkelijk meer zeggenschap te geven. Fractievoorzitter Niels Visser stelt dat er wel wordt gesproken over participatie, maar dat duidelijke maatregelen ontbreken. Ook de invoering van een kernwethouder verandert volgens hem weinig aan de feitelijke invloed van inwoners.
Die lijn klinkt breder in de raad. Noord-Bevelands Belang (NBB) noemde het coalitieprogramma ‘een glossy met mooie woorden en beelden, maar weinig nieuws’. Fractievoorzitter Yvonne Maas stelde dat veel plannen al eerder in gang zijn gezet en vroeg zich af waar de echte vernieuwing zit. NBB wijst daarnaast op de uitvoeringspraktijk. Uit het accountantsrapport 2025 blijkt dat slechts 42 procent van de geplande investeringen daadwerkelijk is gerealiseerd. Dat roept volgens de fractie vragen op over realisme en uitvoeringskracht.
Voorzichtig en weinig concreet
PRO had gehoopt op een gedurfder programma. “Tijdens de campagnes hoorden we: ‘gewoon doen!’, maar het blijkt misschien wel ‘gewoon, doen’,” aldus fractievoorzitter Eric Mahieu. Volgens hem is het programma voorzichtig en blijven echte keuzes uit. “Het staat vol goede voornemens, maar het is onduidelijk hoe die worden uitgevoerd en wanneer inwoners resultaat gaan zien.”
De fractie ziet dit als gemiste kans. “Juist nu was het moment om te laten zien dat Noord-Beveland als kleine gemeente veel kan betekenen voor inwoners en een fijne plek kan zijn om te wonen en werken,” stelt PRO. “We lezen vooral vaagheden, waardoor inwoners de gemeente eerder op afstand dan dichtbij ervaren.”
‘Weinig vernieuwend, vooral voortzetting’
Wij zijn Noord-Beveland (WzNB) sluit zich aan bij de kritiek op de concreetheid van het programma. Fractievoorzitter Gert Heijkoop noemt de doelstellingen ‘nobel, maar algemeen’. Volgens de fractie is onduidelijk hoe plannen voor woningbouw precies worden uitgevoerd en hoe de balans tussen toerisme en leefbaarheid wordt bewaakt.
Ook het begrip ‘Noord-Bevelandse wijk’ roept vragen op. “Wat bedoelen we daar precies mee?” aldus Heijkoop.
Raadslid Jurgen Goossens van Lijst Goossens benadrukt dat het programma op meerdere manieren te interpreteren is. “De eerste stap in samenwerking is elkaar begrijpen,” stelt hij.
Participatie en kernwethouders onder de loep
Een belangrijk discussiepunt is de invoering van kernwethouders. De coalitie ziet dit als manier om dichter bij dorpen te staan en signalen beter op te halen, maar oppositiepartijen vragen zich af hoe dit in de praktijk werkt. NBB wijst erop dat veel contacten al bestonden via dorpsraden en schouwrondes. De fractie vraagt daarom opnieuw om duidelijkheid: wat verandert er precies, en hoe wordt overlap in verantwoordelijkheden voorkomen?
PRO is positiever over het idee, maar benadrukt dat de uitwerking doorslaggevend wordt. De partij pleit daarnaast voor een stevigere vorm van participatie, waarin inwoners niet alleen meedenken maar ook kunnen meebeslissen. “Het is positief dat inwoners meer betrokken moeten worden, maar wij lezen vooral dat ze mogen meepraten,” aldus PRO. “Wij zouden liever zien dat inwoners waar mogelijk ook kunnen meebeslissen. Kernwethouders kunnen daarbij helpen, maar het hangt af van de uitvoering. Dat is nog niet duidelijk.”
Woningbouw: ambitie versus haalbaarheid
Het coalitieprogramma zet verder stevig in op woningbouw en het aantrekken van jonge gezinnen. Dat wordt in de raad breed gesteund, maar de uitwerking leidt tot discussie. PRO waarschuwt dat de plannen concreter moeten worden. “Er staat dat er 300 woningen moeten komen, maar niet hoeveel daarvan betaalbaar zijn, hoeveel huurwoningen erbij komen en wanneer inwoners dat merken,” stelt de fractie.
Noord-Bevelands Belang wijst erop dat veel woningbouwprojecten al in voorbereiding zijn en dat het aantal van 300 woningen deels daarop aansluit. Tegelijk spelen volgens meerdere fracties externe beperkingen zoals netcongestie en stikstofregels een rol.
Uitvoering en financiële ruimte
Over de uitvoeringskracht van de gemeente verschillen de meningen. NBB stelt dat de ambtelijke organisatie voldoende kwaliteit heeft, maar dat uitvoering afhankelijk blijft van prioritering en capaciteit. PRO kijkt daar kritischer naar en vindt dat plannen soms te veel worden aangepast aan de organisatie, in plaats van aan maatschappelijke behoefte. “Inwoners hebben behoefte aan resultaten, niet aan extra ambtenaren,” stelt de fractie.
Tegelijkertijd wordt gewezen op de financiële positie van de gemeente. Noord-Beveland beschikt over een relatief groot eigen vermogen. WzNB stelt dat betaalbaarheid geen groot probleem is, maar waarschuwt dat structureel hoge reserves kunnen duiden op te hoge lokale lasten. “Een gemeente is geen bank,” aldus Heijkoop. “Als het eigen vermogen in 15 jaar bijna vervijfvoudigd is, zegt dat ook iets over de hoogte van de lasten.”
Coalitie: “Lieverd realistisch dan luchtkastelen”
Namens de coalitie reageerde wethouder Stephan van Belzen op de kritiek. Volgens hem is bewust gekozen voor realisme. “Liever tien projecten goed uitvoeren dan twintig half,” stelde hij. Volgens hem moet het programma flexibel blijven en ruimte bieden om bij te sturen als omstandigheden veranderen. “Zit het mee, dan kunnen we versnellen. Zit het tegen, dan moeten we terugschakelen.”
Ook wethouder Adrie van der Maas erkende dat niet alles tot in detail is uitgewerkt. “Als we dat wel hadden gedaan, zou de raad ons verwijten dat er te weinig ruimte is. De details bespreken we nog met elkaar.”
Kortom: steun voor richting, discussie over uitvoering
Hoewel de oppositiepartijen verschillend kijken naar accenten en prioriteiten, is er brede overeenstemming over één punt: de grote lijnen van het coalitieprogramma worden grotendeels gesteund, maar de uitwerking blijft onduidelijk. De komende jaren zal volgens de raad vooral moeten blijken of de ambities daadwerkelijk worden omgezet in concrete resultaten.




















